0

Indiana Jones teaches archaeology

It’s hard to decide which Indiana Jones scenes to prefer: the ones where Indiana makes his way through a web of skeletons, metal spikes and slithery creatures set up to deter curious archaeologists; or the ones where he is magically restored, scrubbed face and clean shirt, to his university classroom. Only what does he teach there?

Archaeology is the search for fact, not truth.

(See this fragment on Youtube, for as long as it lasts.)

What could Indiana mean there? Are facts not true then, and is the truth not made up of facts?

'Standard archaeology trowel used in British Archaeology', photo by HeritageDaily, on excavations at Caerwent, 25 June 2012, http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Archaeology_Trowel.jpg, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported license.

‘Standard archaeology trowel used in British Archaeology’, photo by HeritageDaily, Caerwent, 25 June 2012, CC-BY-SA 3.0.

That’s difficult to tell. We see the classroom Indiana Jones just a few times in the films. To us, he is like a Classical Greek philosopher: we have only fragments of his ideas. It’s up to us to interpret what he meant by ‘fact’ and ‘truth’, and what important wisdom he apparently wished to impart on his students.

But what he may have said, is that his students have to look for facts first. If they were to start with the truth – with a theory about the site they’re digging up, which may turn into a hope, an expectation of what the place used to be – they might find any facts they want. For, unfortunately, research can be very circular and self-affirming.

Instead, a researcher should be curious first of all. The world is made up of disparate facts, and this needs to be acknowledged first. When, later on, you start to fit them together into some sort of truth, you try to keep this in mind. And you will keep coming back to the multitude of facts, some of which fit this truth, and some of which don’t.

The truth itself does not allow itself simply to be found, because it is spread out over so many facts that all the scientists in the world cannot catalogue it. But you might find a fact or two. If you search for them.

This is one possible meaning of Dr Jones’s lecture. The irony of the movies, of course, is that in the end, Indiana is after the truth: the truth of the holy grail, the truth of his father’s search and his mother’s sacrifice, the truth of the nazis and of greed. ‘X marks the spot’, after all. Or in Hollywood it does.

Advertisements
0

Het raadsel van de anijsblokjes

Ook een historicus is consument. En als de dagen dan korter worden, dan grijpt die consument nog wel eens naar het blikje met anijsblokjes. Maar dit keer greep die mis.

DSC02880

Achterkant doosje anijsmelk nieuwe stijl. Foto door APHG (excuses voor de kwaliteit), CC BY-NC license.

In de lage landen is de boosheid niet van de lucht: De Ruijter is gestopt met het maken van anijsblokjes, en op huishoudblogs, de website van de Consumentenbond, Facebook en het consumentenprogramma Kassa vraagt men zich alom af wat men in ‘s hemelsnaam met de vervanger van de blokjes aanmoet: zakjes poeder.

Op de verpakking van de nieuwe zakjes doet De Ruijter ondertussen alsof er niets aan de hand is: er wordt gesuggereerd dat we hier met een klassieker van doen hebben.

Sommige klassiekers zijn sterker dan de tijd. En dat geldt zeker voor De Ruijter Anijsmelk.

Maar dan volgt iets dat nog vreemder is:

Al sinds 1928 maakt dit authentieke product deel uit van de rijke historie van De Ruijter.

Uiteraard is het doel van deze tekst een brokje (blokje?) nostalgie toe te voegen aan de zakjes suiker met anijssmaak, en daardoor de hogere prijs acceptabel te maken.

Maar wat lazen we vroeger op de blokjes?

Voorkant doosje nieuwe stijl. Foto door APHG.

Voorkant doosje anijsmelk oude stijl. Foto door APHG, CC BY-NC license.

Anijsblokjes van De Ruijter – sinds 1860.

Wil dat zeggen dat we, zonder het te weten, eigenlijk al sinds 1928 zakjes drinken in plaats van blokjes? Of hebben we hier te maken met een klungelig stukje geschiedvervalsing dat nadelig uitpakt voor De Ruijter? Of heeft de Ruijter juist iets rechtgezet waar het bedrijf vroeger niet helemaal eerlijk over was?

Nog zoiets vreemds: hoewel de eerdere blokjes met plantaardig vet (naast suiker, dextrose en anijsextract) waren gemaakt, bevatten zij 0,5 g vet per 100 g. De zakjes, met slechts suiker en anijsextract, bevatten daarentegen 1,2 g vet per 100 g. Zijn de meetmethodes veranderd; of bevat anijsextract wellicht een hoop vet?

Nog één ding: de blokjes moesten gedoseerd worden met

twee tot vier blokjes

per mok. De zakjes met

een tot twee zakjes.

Ergo 2 blokjes = 1 zakje? Toen bij deze recensent thuis de blinde proef op de som genomen werd, bleek de anijsmelk uit het zakje wel erg subtiel te smaken. Op de website van De Ruijter lezen we dan ook

De smaak van 1 anijsstaafje [jargon voor zakje] komt overeen met de smaak van ongeveer 1,5 blokje.

Dat maakt de zakjes nóg een stukje duurder, namelijk 3,4 keer zo veel. (Blokjes: EUR 0,88 voor 12 mokken bij 3 blokjes/mok. Zakjes: EUR 1,50 voor 6 mokken bij het equivalent van 2 zakjes/mok, dus EUR 3,00 voor 12 mokken. Prijspeil eind 2013.) (Dat de zakjes per 100 g meer kosten dan de blokjes, zoals hier en daar wordt opgemerkt, is niet gek: anijsextract is allicht duurder dan dextrose en plantaardig vet.)

Betalen we hier misschien vooral voor de prachtige gele, met aluminium gevoerde plastic zakjes? En de verwijderingsbijdrage hiervan?

Met deze hoop gefabriceerde raadsels heeft De Ruijter waarachtig een spannend produkt in de markt gezet. Een surprise mag je wel zeggen.